dinsdag 15 december 2015

Ambitieuze leraar

Ik schijn in onderwijsland een beetje een sukkel te zijn. Ik heb geen adviesbureautje, geen uurtarief, geen website om lezingen met mij te boeken en ik heb ook nog geen onderwijsboek geschreven. Ik doe namelijk als leraar wiskunde iets heel erg verkeerd: ik sta voor de klas. En daar komt nog eens bij dat dat eigenlijk precies is wat ik wil doen: goed les geven.

Ik sta voor de klas en bij elke les probeer ik mijn leerlingen uit te dagen om het beste uit zichzelf te halen. Over elke les denk ik na: "hoe kan het beter?", "kan het ook anders?", "waarom wil ik dit?", "wat wil ik dat mijn leerlingen bereiken?", "hoe zorg ik ervoor dat wat ik wil lukt?". Maar ik sta in de klas, tussen de leerlingen, met mijn beide handen in de wiskundeonderwijsklei en dat kost al aardig wat tijd. Om mijn werk daar goed te kunnen doen heb ik het nodig dat de voorwaarden daarvoor aanwezig zijn. Simpele dingen zoals een ingericht lokaal, een schoolbord (dat werkt) en ondersteuning van schoolleiding, collegae en ouders. En als die voorwaarden een beetje op orde zijn dan kan ik mijn lessen geven. Dan ben ik de expert, de professional, de wiskundedocent.

Eigenlijk ben ik niet veeleisend, maar dat betekent niet dat ik overal zin in heb of overal open voor sta. Heus, voor goede ideeën over onderwijs sta ik open, maar goede ideeën zijn zo zeldzaam. De meeste ideeën zijn namelijk helemaal niet goed, en meestal ook al helemaal niet nieuw. Onder het mom van onderwijsvernieuwing of onderwijsverbetering worden de meest absurde en oude ideeën regelmatig de wereld in geslingerd. Dan wordt er even flink vergaderd over hoe dit binnen het curriculum past of er wordt van bovenaf opgelegd dat dit de nieuwe koers is.

Had ik al gezegd dat ik eigenlijk gewoon les wil geven? Nee, ik wil me niet bezighouden met vergaderingen waar men driftig langs elkaar praat. Nee, ik wil me niet weer bezighouden met dezelfde stomme ideeën over onderwijsvernieuwingen als vorig jaar, het jaar ervoor en al die jaren daarvoor. Ik wil les geven en vanuit het perspectief van een professional die les geeft mijn lessen verbeteren, het onderwijs verbeteren en de maatschappij verbeteren. Niet door van alles te roeptoeteren, maar door gewoon goed les te geven.

 Mijn visie is namelijk dat goed onderwijs voor een betere wereld zorgt, maar dat de invloed die ik daarbij heb alleen de invloed is die ik heb in de klas. Daarbij is mijn visie dat het belangrijk is dat leraren zich blijven ontwikkelen, maar ik geloof ook dat dat alleen maar werkt als die leraren dat zelf willen. Zonder visie, inspiratie en realiteitszin is dat een kansloze exercitie. Professionele ontwikkeling wordt dan niet meer dan een holle frase, een goedbekkende managerskreet, die zal resulteren in het kweken van brave checklist-invullende ja-knikkers.

In mijn klassen ben ik de leraar, de specialist, de professional. Ik weet waar ik het over heb gebaseerd op studie, ervaring en voortdurende ontwikkeling. En ik ben degene die er van baalt om aan/toegesproken te worden als prutser, als incompetent, als lui. Ik ben toch verdorie geen klein kind. Zorg nu maar gewoon dat de omstandigheden om les te geven goed zijn dan kan ik goed les geven. En stop alsjeblieft met achter alle bureautjes en "nieuwe" ideeën aan te huppelen. Het geld dat naar al die perifere onderwijsonzin gaat, kan veel beter besteed worden. Aan lerarensalarissen bijvoorbeeld.


vrijdag 11 december 2015

Hoe word je een goede leraar?

Om leraar te worden moet je wat ze noemen je bevoegdheid halen. Daarvoor zijn verschillende routes die naar een eerste- of tweedegraads bevoegdheid leiden. Heel veel dames en heren volgen de gebruikelijke routes en daar is op het eerste gezicht niets mis mee. Toch zijn er naar mijn idee een aantal ongewenste effecten de opleidingen van leraren ingeslopen.

Als eerste effect noem ik het feit dat de huidige generatie lerarenopleiders door dit systeem is opgeleid.. De dingen die gedaan worden, worden als normaal en vanzelfsprekend ervaren omdat de lerarenopleiders die herkennen uit hun eigen verleden. Ze leiden op zoals ze zelf opgeleid zijn. Kritische beschouwing van het systeem is dan erg lastig.

Het tweede effect heeft te maken met het verschil tussen het handelen van goede leraren en de observeerbare handelingen van een goede leraar. Er is namelijk een groot verschil tussen die 2 dingen. Zo neemt een goede leraar de leerlingen serieus en probeert leerlingen persoonlijk te benaderen. Het kennen van de namen van de leerlingen is hierbij erg nuttig. Het is echter niet zo dat een leraar die de namen van de leerlingen kent automatisch de leerlingen serieus neemt en persoonlijk benadert. Een goede leraar doet een aantal dingen: zelfreflectie, planning, etc, maar het is volgens mij niet zo dat het leren van die aspecten automatisch er voor zorgt dat de leraar in opleiding een goede leraar wordt. Soms lijkt het wel of de lerarenopleiding gebruik maken van "Fake it 'til you make it" terwijl het bereiken van het eindstadium helemaal niet vanzelfsprekend is.

Het derde effect heeft te maken met inhoudelijke vakkennis, dus bijvoorbeeld de kennis van de wiskunde voor een wiskundeleraar. Die vakkennis moet goed zijn. Een leraar moet een overzicht hebben over het vakgebied. De docent moet boven de stof staan en een heel register aan ideeen en kennis paraat hebben. Net genoeg kennis is te weinig. Helaas zijn  leraren met een grote vakkennis zeldzaam. Zo zeldzaam dat men op veel plaatsen niet eens meer beseft hoe groot het verschil is tussen een docent die de route hbo-(educatie)bachelor-hbo-master heeft gevolgd en een docent die de route WO-(vak)master-WO-UniversitaireLerarenOpleiding heeft gevolgd.

Het gevolg van deze effecten is volgens mij, dat redelijk veel mensen een beeld hebben van een goede leraar, en daar vervolgens ook naar opleiden en selecteren, terwijl dit beeld niet klopt. Er lopen legio heel goede leraren rond die helemaal niet doen zoals men op de opleidingen leert. Hierbij denk ik aan de woorden van een oud-collega (nu met pensioen): "Leerlingen pikken alles van je als je maar goed kunt uitleggen en je ze niet in de steek laat."

Als je maar goed kunt uitleggen.
Als je maar goed kunt uitleggen.
Als je maar goed kunt uitleggen.

"Echt, die grapjes van hem, hij is echt de enige die ze leuk vindt, maar hij kan wel goed uitleggen."



 

zaterdag 7 november 2015

Lekker belangrijk

En toen was daar de Nationale Schoolleiders Top, op twitter liefkozend gepromoot met de hashtag #NST15. Dat het bij docenten een bijeenkomst heet, maar bij schoolleiders meteen gepromoveerd wordt tot een Top, ach, het beestje moet toch een naam hebben.

Maar wat wordt er dan zoal gezegd?
Ok, daar lijkt nog niet zoveel mis mee, behalve dat hier al gesuggereerd wordt dat succes van een school afhangt van de schoolleider.

Wat nog meer?

Say what? Ik zal het nog eens langzaam zeggen:"Schoolleiders zijn de belangrijkste mensen van ons land." Niet de groenteboer, niet de politieagent, niet de politicus en al helemaal niet al die mensen die in het onderwijs werken, maar niet luisteren naar de titel schoolleider.

Nu ben ik misschien heel erg ouderwets, maar volgens mij vindt het primair proces in het onderwijs plaats in de klas. Daar werken docenten, maar ook anderen zoals klassenassistenten en toa's, met kinderen, om die kinderen wat te leren. Alles wat daar verder nog bijkomt, heeft als doel dat proces, dat leren in het klaslokaal, te faciliteren. Eigenlijk is het heel simpel, als je de mensen die direct met de leerlingen werken weghaalt uit een school dan blijft er geen school over. Zonder schoolleider gaan in de meeste gevallen de lessen gewoon door.

Ik wil niet zeggen dat schoolleiders onbelangrijk werk doen, zeker niet. Het mogelijk maken van lessen is belangrijk. In mijn visie is een schoolleider echter pas echt belangrijk, als belangrijk zijn verdwenen is. Een goede schoolleider is er voor de docenten, om samen te zorgen voor goed onderwijs. Een goede schoolleider is dienstbaar en behulpzaam. Een goede schoolleider vraagt waar ie een docent mee kan helpen.

Er zijn schoolleiders die dat begrijpen. Op een vorige school van mijn dochter wist de directeur de namen van alle kinderen en wist de directeur welke ouders bij welk kind horen. Diezelfde directeur viel in voor collegae als het nodig was of schonk koffie in bij de voorstelling van de kinderen.

Helaas moet ik ook melden dat er een heleboel schoolleiders zijn die dat niet begrijpen, die zich volledig herkennen in de woorden van de minister president en die maandag dat suffe volk van de werkvloer weer eens duidelijk zal laten weten hoe het moet.

zaterdag 31 oktober 2015

Het onderwijs is toch goed?

Al jaren horen we er een groot probleem is in het Nederlandse onderwijs, en toch doet Nederland het in allerlei lijstjes over onderwijs vaak helemaal niet zo slecht. Hoe kan dat dan?

Als u aan politici vraagt hoe dit komt dan krijgt u ongetwijfeld het antwoord dat dat komt door goed beleid en dat docenten die zeggen dat het niet goed gaat vergeleken moeten worden met doemzeggers die het einde der tijden voorspellen. Immers, het beleid was per definitie goed, kijk maar naar de resultaten.

In de praktijk van het onderwijs worden de gevolgen van slecht beleid gedempt door de inzet en inspanningen van docenten, Als al heel vroeg wordt gesignaleerd dat iets niet werkt, dan wordt er waar mogelijk door docenten al ingegrepen. Dit heeft 2 gevolgen. Het eerste gevolg is dat de negatieve impact van slecht beleid niet zichtbaar wordt. Het tweede gevolg is dat de docenten extra belast worden. Zij doen extra werk om te voorkomen dat leerlingen de dupe worden.

Docenten komen dan in vervelende positie. Ze leveren extra inspanning om te zorgen dat slecht beleid niet vertaald wordt in slecht onderwijs. Tevens zorgt die inspanning ervoor dat ze niet geloofd worden als ze het over slecht beleid of slechte plannen hebben, immers in de praktijk zijn de resultaten lang niet zo slecht als de docenten claimen. Docenten overdrijven dus en het beleid is wel goed. En die extra inspanning van docenten, die moet toch ergens vandaan komen. Ook docenten hebben namelijk maar beperkt tijd en energie. En soms is dat gewoon op, een burn-out heet dat, de beroepsziekte van het onderwijs.

En dan heb je dus een redelijk ondankbare baan als docent. Je werkt je uit de naad om te voorkomen dat leerlingen de dupe worden. Je wordt niet serieus genomen en als een zeur of doemzegger gezien. Gelukkig staat daar dan een hoge status en een marktconform salaris tegenover.

woensdag 23 september 2015

De Nationale Denktank onderzoekt onderwijs

Als u een beetje actief bent op twitter dan is het u waarschijnlijk niet ontgaan: "De Nationale Denktank gaat het onderwijs onderzoeken."
Wie of wat is de Nationale Denktank dan toch? Volgens eigen zeggen zijn zij 20 jonge en getalenteerde mensen uit diverse disciplines. Dat klinkt toch geweldig, een denktank waarin verschillende disciplines zich over het onderwijs buigen.
Wat is er nu mooier dan een groep jonge mensen zich over zoiets belangrijks buigen. Eventjes checken wie van deze jonge mensen met onderwijservaring op de website van De Nationale Denktank staat.
Dorinde, Dora, Fleur of Frank? Nee, daar staat geen onderwijservaring.
Gijsbert, Jaco, Job of Jonas? Helaas, ook daar geen onderwijservaring.
Jorit, Kay, Hoen of Laura dan? Maar nee, ook daar geen onderwijservaring.
Lisa, Lizan, Milan of Noreen? Wat denkt u?
Richard, Rosa, Sarah of Thijmen? Er begint een patroon op te vallen.
Anke Marit, Anne, Ella of Niels? U raadt het al!
Kortom de ontbrekende discipline is...(tromgeroffel)...onderwijs!
De Nationale Denktank sluit zich naadloos aan in het rijtje van onderwijspraters en onderwijsbeslissers zonder onderwijservaring. Wie denkt dat docenten daar superenthousiast van worden heeft het mis.

Praten, praten, praten. Praten is namelijk niet zo duur, want als het wel geld kost dan gebeurt ermee hetzelfde als met dat eerdere grote succesnummer van de Nationale Denktank, de Persoonlijke Assistent voor Leraren.

Wil je de problemen echt weten: Follow the money!


vrijdag 14 augustus 2015

Lerarentekort

Misschien heeft u het al eens in de media vernomen. Er is in Nederland een tekort aan leraren. Dat is natuurlijk een ernstige zaak, want het goed opleiden van de komende generaties is natuurlijk een topprioriteit in een kenniseconomie zoals Nederland.

Toch, als ik de maatregelen bekijk, dan vraag ik me oprecht af of we het lerarentekort wel echt op willen lossen. Ja, we gooien een heleboel geld tegen het onderwijs aan, maar of we dat nu op een slimme manier doen is nog maar de vraag.

Afgelopen jaar bezocht ik de Nationale Onderwijs Tentoonstelling, op zoek naar ideeën, materialen en wat nog niet meer. Aan het eind van de dag had ik 3 tassen vol met allemaal folders en promotiemateriaal van allerlei adviesbureautjes. Zoveel dat het een beetje eng was en de vraag rijst hoeveel van ons kostbare onderwijsgeld verdwijnt naar adviesbureautjes.

N.a.v. De Lerarenagenda is er meer aandacht voor de lerarenopleidingen en wordt gekeken hoe deze toekomstige leraren beter kunnen worden voorbereid op de praktijk, in het bijzonder om te zorgen dat de uitval van leraren (25%) in de eerste vijf jaar naar beneden wordt gebracht. Het ministerie trekt hier dan ook miljoenen voor uit.

Nu heb ik wel een paar ideeën waarom er veel uitval is in de eerste 5 jaar, maar mijn ideeën zijn wat simpeler dan die van een hoop beleidsmakers.

In de eerste plaats is er een groot verschil tussen de opleiding en de praktijk. Allerlei leuke werkvormen en activiteiten voor klassen worden namelijk op menige school niet gewaardeerd. Men wil geen professionele leraar maar een simpele kenniswerker die lesgeeft over de onderwerpen die de leiding bepaalt op de manier die leiding bepaalt. Om je in zo'n omgeving staande te kunnen houden is aardig wat ervaring en volharding nodig, meer dan reëel is om van beginnende leraren te verwachten.

In de tweede plaats is er een groot verschil in de beloning die je na alle jaren opleiding kunt verwachten. Een beginnend docent komt er al rap achter dat het salaris in vergelijking met banen die eenzelfde opleidingsniveau vereisen ernstig achterblijft, terwijl de toekomstperspectieven van leraren ook al teleurstellend zijn. Het startgras van het lerarensalaris is geel en stug en dat terwijl het buiten het onderwijs sappiger, groener en malser lijkt.

In de derde plaats is de waardering die over het lerarenvak uitgesproken wordt niet echt groot. Het voortdurend dedain blijft niet beperkt tot de Eliassen, de Bijstervelden en de Dekkers. Nee, iedereen heeft wel een mening over die incompetente langevakantiegenietende klaplopers die voor de klas staan en die mening is zelden positief. Zelfs daklozen of de hamburgeromdraaier bij die keten met die clown kunnen op meer waardering rekenen.

Wat hebben die drie punten met elkaar gemeen: de waardering voor de professionele leraar in de vrijheid die de leraar krijgt, in het respect dat de leraar krijgt en in het salaris dat de leraar krijgt.

En dan hebben we de belangrijkste pijnpunten gevonden. Het is te duur. Als we docenten serieus willen nemen dan moeten we ze serieus betalen, dan wordt duidelijk hoeveel geld er nu naar perifere onderwijsonzin gaat en dan kunnen we niet meer naar beneden trappen naar docenten.

Maar zo is de realiteit niet. De realiteit is dat men meer academisch gevormde docenten wenst die braaf doen wat ze gezegd wordt, die lachen als de baas lacht en die met hun LB aanstelling en een aantal jaren nullijn niet denken dat er ergens anders meer te verdienen valt. Zo lossen we het lerarentekort namelijk op.

woensdag 1 juli 2015

Te?

Te bevoegd?
Te veel wiskunde gestudeerd?
Te veel gepubliceerd?
Te veel opleidingen gevolgd?
Te veel mastertitels?
Te veel goede resultaten bij opleidingen gehaald?
Te professioneel?
Te veel ontwikkeld?
Te veel nuttige cursussen gedaan?
Te veel wetenschappelijk onderzoek?
Te veel wetenschap?
Te veel onderwijskunde?
Te veel praktijkervaring?
Te veel goede examenresultaten?
Te veel blije leerlingen?
Te mentor?
Te veel elektrotechniek?
Te veel informatica?
Te veel natuurkunde?
Te veel relativiteit?
Te veel kwantummechanica? (Ik interfereer met mezelf?)
Te veel bedrijfseconomie?
Te veel ambitie?
Te veel ervaring?
Te veel lesmateriaal ontwikkelend?
Te veel altijd lerend?
Te nieuwsgierig?
Te veel ontwikkeld?
Te veel "growth mindset" bevorderend?
Te veel positieve feedback?
Te veel reflecterend?
Te veel Aikido?
Te inspirerend?
Te veeleisend?
Te veel Franse taal en letterkunde?
Te veel origami?
Te veel timemanagement?
Te veel modellering?
Te veel conflictmanagement?
Te veel computervaardigheden?
Te veel ICT in de lessen?
Te veel geduld?
Te veel uitleg?
Te veel gewoonweg oefenen?
Te veel nadenken?
Te veel leerprocessturend?
Te open?
Te eerlijk?
Te veel Fins of Finland?
Te aardig?
Te menselijk?
Te vegetariër?
Te dik? (ok, een beetje dan)


Duidelijk ongeloofwaardig!