maandag 26 januari 2015

Sociaal (Sic!) leenstelsel

Het sociaal leenstelsel is goedgekeurd door de eerste kamer. Het verzet en de argumenten tegen het sociaal leenstelsel klinken op vele plaatsen. Is het dan echt zo erg als men beweert?

Ik ben docent, en als we de minister en staatssecretaris moeten geloven dan heeft ons onderwijs niet simpelweg docenten nodig, maar excellente docenten., docenten die meer weten, verder kijken, kunnen stimuleren, enthousiasmeren, etc. Waar denken onze minister en staatssecretaris dat die docenten vandaan komen. Direct via de kortst mogelijke weg van de lerarenopleiding?
Nee dus! Docenten met echte meerwaarde nemen een breed scala aan kennis en ervaringen mee de klas in en die kennis en ervaringen moeten ergens vandaan komen. Er moet dus uit een grote vijver gevist worden om voldoende vissen die groot genoeg zijn te vangen. Vanuit dat perspectief alleen al is het niet verstandig om de toegang tot onderwijs te beperken.

`Ho, wacht even`, hoor ik u denken. Dit is toch een wet die de financiering van hbo en universitaire studies alleen maar verandert. Er wordt toch niemand de toegang tot onderwijs ontnomen. De minister heeft immers na laten rekenen dat het allemaal erg meevalt. `Het aantal mensen dat vanwege financiƫle onzekerheid er vanaf zal zien om een lening te nemen om te kunnen studeren zal heel erg meevallen`, zegt de minister. Maar hoe zit het dan? Verwacht de minister dan dat evenveel kinderen van welgestelde ouders als van niet welgestelde ouders af zullen zien van een hbo of universitaire studie?

Nederland gaat er prat op een kenniseconomie te zijn. Dit betekent dat een zo hoog mogelijk opleidingsniveau van de bevolking een economische noodzaak is en dat toegang tot onderwijs onafhankelijk van inkomen moet zijn. We weten namelijk niet of onze toekomstige toponderzoekers en topingenieurs uit een bovenmodaal- of bijstandsgezin zullen komen.

Daar heb je dan als excellente docent die kleine Einstein op allerlei manieren gestimuleerd omdat de staatssecretaris het belangrijk vindt dat talenten uitgedaagd worden. En dan besluit de kleine Einstein, helemaal begrijpelijk, dat hij geen zin heeft zich zo diep in de schulden te steken. Een bedrag dat de minister overigens, volgens haar eigen woorden, niet herkent. Nee. nogal wiedes, met een ministersbezoldiging herken je dat soort bedragen niet als problematisch.

Mijn voorstel is om de nieuwe regeling voortaan bij de meer toepasselijke naam zullen noemen: het feodale leenstelsel. Het stelsel dat best wel eerlijk lijkt als je rijke ouders hebt. En laten we niet vergeten dat de excellente docenten die nodig zouden zijn zich graag in de schulden zullen steken om vervolgens onderbetaald te worden, want u dacht toch niet dat je als je rijke ouders hebt voor de klas gaat staan? Natuurlijk niet, dat is voor het schorriemorrie dat nu gelukkig minder de plekken bij geneeskunde, rechten, bestuurskunde, etc. in beslag zal nemen.

Ik hoor Joep het nog zeggen: "Lenen, lenen, betalen, betalen, lenen, lenen, betalen, betalen".

zondag 18 januari 2015

De lerarenopleiding vs de praktijk

Er is in het onderwijs een probleem. Te veel jonge docenten geven na een aantal jaar de pijp aan Maarten, ze stoppen met lesgeven. Het meest vervelende hieraan is niet dat het de slechtste docenten zijn die stoppen. Meestal zijn het goede docenten die er mee stoppen.

Het is dus belangrijk om te achterhalen wat de oorzaak is van het voortijdig stoppen. Hiervoor kan naar verschillende aspecten gekeken worden. Een belangrijk punt hierbij is het verschil tussen de verwachtingen van beginnende docenten en de praktijk.
Een beginnend eerstegraadsdocent, net van de opleiding, heeft als onderzoekend en analyserend docent op de opleiding vakken met klinkende namen als Onderzoek van Onderwijs of Ontwerpen en Onderzoek gevolgd en afgerond. Het is dan niet meer dan natuurlijk dat deze beginnende docent verwacht deze geleerde vaardigheden in praktijk te mogen gaan brengen.

Helaas is de praktijk anders. Veel beginnende docenten worden geconfronteerd met een school die geen interesse heeft in onderzoek. De beginnend docent wordt geacht zich naar de wensen van de school en van de sectie te voegen. Ga nou eerst maar eens les geven. Van een bevlogen beginnend docent wordt zo snel mogelijk een gehoorzame lesboer gemaakt. Niks geen Onderzoek van Onderwijs, niks geen Ontwerpen en Onderzoek. Het vaststaand programma moet precies gevolgd worden voor het maken van de toetsen. Andere dingen doe je maar als je tijd overhebt, je krijgt er in ieder geval geen tijd voor in je normjaartaak.

Opleidingen geven regelmatig aan goed met scholen samen te werken en met de onderzoeken van docenten in opleiding te voldoen aan een vraag van de scholen. Zijn dit dezelfde scholen die zeggen de opleiding te zien als een noodzakelijk kwaad omdat anders hun lesboeren niet bevoegd zijn? Ik weet dat een steekproef van 5 geen goede statische analyse toelaat. Maar de 5 opleidingsscholen die ik heb mogen bezoeken spraken als er niemand van de opleiding bij was met minachting over de opleiding, waarbij er vooral flink gefulmineerd werd tegen vakken zoals Onderzoek van Onderwijs of Ontwerpen en Onderzoeken. Felicitaties van een directeur aan een docent die zijn bevoegdheid heeft gehaald met de historische woorden "Nu ben je dan eindelijk verlost van het leed dat [naam opleidingsinstituut] heet" zijn voor zover ik gezien heb niet de uitzondering.

Ik zeg niet dat een onderzoekende houding niet goed is, integendeel, ik denk dat ze voor een goede docent essentieel is. Echter, dat daarvoor geen ruimte is op heel veel scholen maakt de praktijk verdraaide lastig. Er is een discrepantie tussen waar de opleidingen voor opleiden en de praktijk waar veel beginnend docenten mee geconfronteerd worden. Ik kan me goed voorstellen dat de formule 1-coureur die alleen maar mag rijden in een scootmobiel liever iets anders gaat doen.

In het kader van het onderzoeken: hoeveel docenten denken er wel eens aan om iets anders te gaan doen?