maandag 16 februari 2015

De ideale docent

Ik denk regelmatig na over onderwijs. Dat is natuurlijk niet zo vreemd, ik ben namelijk een docent en reflecteren over de de dingen die ik doe en die er gebeuren in de klas zijn voor mij normaal. Op die manier ben ik ook na gaan denken over wat de ideale docent nu precies is.

Een van de dingen die ik me toen realiseerde is dat de ideale docent eigenlijk geen duidelijk gedefinieerd begrip is. Erger nog, er zijn verschillende perspectieven en die zijn niet allemaal met elkaar verenigbaar. Voor mij lijkt het dat de verschillende ideeën over de ideale docent deels een reflectie zijn van de stadia van begrip dat men over onderwijs heeft.

  1. Het onbewuste stadium: In het onbewuste stadium weet men dat onderwijs bestaat. Inzicht over leren en reflectie op eigen leervaardigheden ontbreken volledig. Leren gebeurt lineair. Omschreven doelen worden gehaald, maar een inbedding van die doelen in een groter perspectief ontbreekt.  Inzichten in onderwijskundige processen blijven beperkt tot het perspectief van iemand die ook op school heeft gezeten. Breder perspectief over de plaats van onderwijs in de maatschappij ontbreekt. Als het niet goed gaat is het de schuld van de docent.
  2. Het naïeve stadium: In het naïeve stadium wordt onderwijs gezien als een opeenvolging van meetbare doelen waaraan leerlingen op vastgestelde momenten moeten voldoen. Inzicht in de doelen blijft beperkt tot een lijst van kennis en vaardigheden waaraan door middel van een nutsfunctie belang wordt toegekend. De waarde van onderwijs wordt bepaald door meetbare doelen. Onderwijs bestaat uit verschillende vakken die allen hun eigen nutsfunctie hebben.Perspectief over de plaats van onderwijs in de maatschappij blijft beperkt tot de per vak verschillende nutsfunctie. Gegeven de juiste omstandigheden zouden er geen problemen op mogen treden en mocht dat wel het geval zijn dan moeten duidelijkere afspraken worden gemaakt.
  3. Het ontluikend stadium: In het ontluikende stadium begint het besef dat onderwijs een proces is. Verschuiving van inhoud naar vorm vindt plaats. Begrip over het socratisch gesprek is aanwezig. De docent is nog steeds alleenheerser in kennis en managment, maar leerlingen beginnen bij het onderwijsproces verantwooordelijkheid te krijgen, hoewel bij voortgang en controle teruggegrepen wordt naar vaste vormen. Problemen zijn nog steeds oplosbaar en zijn terug te voeren op afspraken en regels die het onderwijs vorm geven. 
  4. Het bloeiend stadium: In het bloeiende stadium is het besef dar onderwijs een proces is een basisgegeven. Onderwijs bestaat uit interactie tussen docent en leerlingen. Hierbij heeft de docent slechts een sturende rol en komen vragen, problemen en ideeen van de leerlingen. Vaste manieren van werken worden actief verworpen omdat zij het creatief proces dat plaatsvindt negatief sturen. Het besef is aanwezig dat onderwijs juist omdat het een dynamisch proces is geen garanties geeft. Vakken worden niet langer als losse eenheden gezien.
  5. Het overzichtsstadium: In het overzichtsstadium is het onderwijs gebaseerd op  volledige interactie tussen docenten en leerlingen. Hierbij heeft de docent nooit de rol van antwoordgever maar juist altijd de rol van vragensteller. De docent is voor leerlingen een spiegel geworden waaraan zij hun eigen ideeen en ontwikkelingen kunnen spiegelen. Nadruk ligt in het proces niet langer op het weten en kunnen, maar op de middelen die nodig zijn om weten en kunnen zelf te controleren. School is niet langer een verzameling van losse vakken maar een verzamelplaats waar met behulp van verschillende disciplines leerlingen leren om zelf controle te nemen over hun eigen leerprocessen. Hierbij zijn ook alle vakken even belangrijk en ondersteunen de vakken elkaar.
De ideale docent bevindt zich wat mij betreft in het laatste stadium. De docent leert leerlingen leren, denken en redeneren. Papieren doelstellingen zijn voor deze docent minimumeisen die als vanzelfsprekend gehaald worden door het aanbieden van een grote verscheidenheid aan problemen en ideeen. Het doel is de leerlingen goed onderwijs te geven, d.w.z. de leerlingen wordt geleerd zelf verantwoordelijk te zijn voor hun leren. De leerlingen wordt geleerd dat leren leuk is.

De ideale docent moet dus breed ontwikkeld zijn. Alleen kennis van het eigen vakgebied voldoet niet om leerlingen een perspectief aan te bieden dat over leren in het algemeen gaat. Zo heeft wiskunde niet het alleenrecht op logisch nadenken en Nederlands niet het alleen recht als het gaat om formuleren. De ideale docent probeert leerlingen dingen te leren die te moeilijk zijn. Niet omdat hij wil dat leerlingen het niet kunnen, maar omdat hij wil dat leerlingen leren door te gaan, niet op te geven en leren zien dat alles makkelijk is als je het weet. Doorzettingsvermogen en niet bang zijn om fouten te maken zijn daarbij vaardigheden waarmee de ideale docent zijn leerlingen heeft uitgerust.

De verschillende stadia van begrip over onderwijs spelen een belangrijke rol in veel discussies. Wie zich afvraagt waarom docenten van veel van deze discussies balen, moet bedenken dat heel veel docenten zich qua ontwikkeling in de laatste 2 stadia bevinden. Voor beleidsmakers, politici, onderwijspraters, etc. geldt dit niet. Een groot deel daarvan bevindt zich in de eerste 2 stadia en is zich daar ook niet van bewust. Dit is onder andere terug te zien in de soorten oplossingen die zij bedenken voor de problemen in het onderwijs. Meer regels, meer doelen, meer controle. Het maakbare onderwijs van mensen die niet beseffen dat onderwijs iets anders is dan hoofdjes te vullen met bij voorbaat goedgekeurde of economisch rendabele ideeen en vaardigheden.

Maar ja, de ideale docent zeurt niet, is niet te duur en doet gewoon wat politici, bestuurders en andere stuurlui zeggen. 

If you pay peanuts, you 'll get monkeys!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen