donderdag 12 februari 2015

Je plaats kennen.

Voor wie het nog niet door heeft, ik ben een docent. Als ik dat hardop zeg op een feestje dan is er binnen 5 minuten wel iemand gevonden die daar een mening over heeft, of die gebaseerd op het volledig ontbreken van onderwijservaring kan vertellen hoe ik het toch allemaal moet doen. Ik ga u proberen duidelijk te maken welke warme gevoelens ik daarbij krijg.

Er zijn een heleboel dingen die ik niet kan of niet weet. Gisteren nog kwam een onderhoudsmonteur bij ons thuis de verwarmingketel controleren en onderhouden. Ik weet absoluut niets van verwarmingketels. Ik vind daarom dat ik mij niet met het werk van de monteur dien te bemoeien. Het enige wat ik kan doen is zorgen dat de omstandigheden waarin de monteur aan het werk gaat voldoen. Ik zorg dat de ketel op zolder toegankelijk is, ik vraag of de monteur iets nodig heeft en ik bied hem een kopje koffie aan. Van de gereedschappen die hij gebruikt weet ik niet hoe ze heten of hoe ik ze moet gebruiken. Ik ben volslagen onbekend met de nieuwste verwarmingstechnieken. Kortom op het vakgebied van de monteur ben ik een kneus en ik ga niet vertellen hoe dat moet.

Ik sta voor de klas en ik weet wat voor een vreemde eend in de bijt ik ben. Ik stel heel hoge eisen aan mijn leerlingen en collegae en ik verwacht dat zij ook hoge eisen aan mij stellen. Goed genoeg bestaat bij mij niet en ik beperk me daarbij niet tot mijn eigen vak.Een docent bruist, kolkt en kookt over voor de klas om leerlingen te leren dat nieuwe kennis en ervaringen vergaren leuk is. Een docent stuitert heen en weer tussen de kennis die voor het examen nodig is en de kennis die leuk is. En zeker bij voorbereidend wetenschappelijk onderwijs heb je dus iemand nodig die weet wat dat is, wetenschappelijk onderwijs en die enthousisast wordt van wetenschap.

De status van het beroep leraar ligt op dit moment ergens onder dat van hamburgerbakker of vuilnisbakaanstamper bij die hamburgerketen met die clown. Niet erg hoog dus. Dat is natuurlijk niet zo mooi. Lage status, lage beloning, lage waardering. Maar een echte docent doet het niet voor het geld, hoor ik veel te vaak. Wat is dat nu weer voor een onzin? De schoorsteen moet roken, er moet eten op tafel. Of dacht u dat een kenniseconomie draaiende wordt gehouden door een selecte groep die puur uit liefde voor de klas staat?

Dat er iets moet veranderen is duidelijk, maar hoe dat moet veranderen is voor bijna niemand duidelijk. Er worden allerlei oplossingen geroepen en in het rond geslingerd. En die oplossingen hebben allemaal een overeenkomst. Ze vertellen de docenten hoe ze het moeten doen en/of regelen. In plaats van vertrouwen in docenten te hebben, worden er maatregelen genomen om docenten te controleren. Rekentoets, lerarenregister, lerarenagende, allemaal maatregelen die niet uitblinken in het ruimte geven aan docenten om hun eigen vak uit te oefenen. Integendeel, het zijn controlerende maatregelen die van bovenaf opgelegd worden door mensen die in het onderwijs geen of nauwelijks ervaring hebben met het primair proces. Dat is dus de manier waarop we met docenten om wensen te gaan. We zeggen dat we leraren serieus nemen, maar we doen wat anders.

De docent moet zijn plek kennen. Onderwijskundige ideeen houd je maar voor jezelf. Gekkigheid die niet op het examen wordt gevraagd doe je maar in je eigen tijd. En nu moet je niet doen alsof je meerdere mastertitels hebt en controle kunt nemen over het onderwijs.


1 opmerking: