zaterdag 7 februari 2015

Leren het verkeerd te doen.

Op school moeten leerlingen veel doen. Lessen volgen, toetsen maken en daartussen een projectweek, een praktijkopdracht of practicum. Dat was vroeger al zo en nu is dat nog steeds zo.

Als ik mijn eigen schooltijd vergelijk met de dingen die ik tegenwoordig zie bij leerlingen dan valt mij een ding erg op. Ik heb wat afgeprutst in mijn middelbare schooltijd. Mijn practica van natuurkunde en scheikunde mislukte regelmatig volledig, maar zolang er geen doden of gewonden bij vielen dan was dat eigenlijk niet zo erg. Erger nog, dat was best wel nuttig. Mijn wiskundeleraar liet mij volledig doorwerken aan de opgave zoals ik dat wilde en dat ik 2 pagina's nodig had voor een bewijs dat in 1 regel kon was niet erg, het werd zelfs toegejuicht. Vol enthousiasme gingen we bij biologie een haai ontleden en al doende kwamen we er achter wat handig was en en wat niet.

Ik herken mijn eigen schooltijd niet in wat ik leerlingen nu op school zie doen. Ik zie dat niet op 2 verschillende manieren. In de eerste plaats lijkt het wel of de leerlingen alleen maar "haalbare" activiteiten aangeboden krijgen. De stof of projecten lijken zo ontwikkeld te zijn dat het allemaal goed gaat en dat de docenten bij voorbaat al weten dat dat wel gaat lukken. In de tweede plaats zie ik leerlingen die het alleen maar goed willen doen. Het moet meteen goed en zo efficiƫnt mogelijk. Alle het andere is een mislukking en leerlingen zijn daar zelfs bang voor.

Hoewel ik er geen bewijs voor heb denk ik dat de 2 zaken direct met elkaar te maken hebben. In mijn optiek is fouten maken, dingen verkeerd of onhandig doen en dingen verprutsen een belangrijk onderdeel van het leerproces. Leren van je eigen fouten en blunders. Vallen en weer opstaan. Dit betekent wel dat docenten leerlingen de gelegenheid moeten geven om te vallen. Docenten moet leerlingen behalve een groot deel kennis en ervaring ook een stevige laag eelt op hun onderzoeks- of leerziel geven. Leerlingen moeten leren dat dingen fout doen geen volledige mislukking betekent, maar dat het juist een gezond onderdeel van het leerproces is.

Als docenten leerlingen niet de kans geven om dingen fout te doen, dan ontnemen zij leerlingen de ervaring van leren van je fouten. Vanuit dat perspectief is de opmerking; "Oh, dat kunnen ze niet." dus dodelijk voor goed onderwijs. Door van te voren te bepalen wat leerlingen wel en niet kunnen wordt ze de mogelijkheid om tegen problemen aan te lopen en die op te lossen ontnomen. Als de docent bepaalt wat een leerling wel of niet kan, dan krijgt die leerling niet meer de kans om te laten zien wat hij kan, maar alleen maar de kans om te laten zien wat de docent denkt dat hij kan. Bovendien wordt leerlingen daardoor de kans ontnomen om als hun grenzen bereikt worden fouten te maken en door te leren van die fouten hun grenzen te verleggen. Met een moeilijke open opdracht kunnen leerling naar hartelust fouten maken en laten zien hoeveel ze kunnen zonder door door de docent opgestelde grenzen belemmerd te worden.

Wat is dan de belemmering in de praktijk? Fouten laten maken is onzeker. Het is een proces waar de docent minder grip op lijkt te hebben. De docenten moet dus durven. Hij moet durven zijn leerlingen fouten te laten maken. Hij moet durven zijn controle los te laten. Hij moet durven accepteren dat dit proces ook kan mislukken. In dat opzicht is het dus hetzelfde voor de docent als voor de leerlingen. Loslaten dat het alleen maar goed moet gaan.

In de praktijk is loslaten niet makkelijk, maar er zijn wel een aantal aspecten die dat makkelijker kunnen maken. Minder controle, minder summatieve toetsen (en meer formatieve toetsen) en geen verbinding meer tussen de "persoon" van de leerling en de leerproces van de leerling. Het is immers in het leerproces dan dat dingen anders gaan dan voorzien. Een leerling die leert van eigen fouten is namelijk geen mislukking maar een enorm succes!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen