vrijdag 20 maart 2015

De lerarenagenda

Kent u dat, De Lerarenagenda? Nee, ik bedoel niet uw eigen zwarte of blauwe boekje waarin als een almanak alle toetsresultaten en afspraken met uw klassen staan, ik bedoel de werkgroep opgezet door het ministerie van OCW.

Zoals met een heleboel ideeën begon het project De Lerarenagenda enthousiast. Er werden bijeenkomsten gestart waar contact was met het werkveld. Er werden ideeën uitgewisseld en er was contact tussen verschillende onderwijsprofessionals. Dat daarbij dan weer een hoop hotemetoten van opleidingen en onderwijsbureautjes bij zaten leek niet zo'n groot probleem. Immers het ging over essentiële zaken als zorgen dat docenten weer serieus genomen worden, zorgen dat een paar jaar onderwijs je c.v. niet verziekt, zorgen dat jonge docenten minder snel stoppen met het docentschap, zorgen dat docent zijn weer een aantrekkelijk vak wordt. Allemaal mooie doelen.

We zijn nu een tijdje verder. Onder voortouw van de opleidingen is er veel aandacht voor het opleiden van nieuwe docenten, maar voor de rest is De Lerarenagenda overleden. De bijeenkomsten waarvan eigenlijk iedereen, inclusief de minister, aangaf dat die een belangrijk onderdeel waren om het onderwijs uit het slop te halen, zijn gestopt. Blijkbaar was het niet zo belangrijk als men zei. Goed, het reutelt en rochelt nog wat na via een nieuwsbrief met daarin schokkende verbeteringen voor het onderwijs zoals de leeslijst voor docenten a.d.h. voorgestelde boeken van de minister, de staatssecretaris en nog wat anderen. Maar meer dan dat is het eigenlijk niet meer.

De lerarenagenda is daarmee vervallen tot hetzelfde dedain dat ook door anderen t.a.v. het onderwijs getoond wordt. We gaan die incompetente lange-vakantie-genietende klaplopers van het onderwijs maar eens vertellen wat voor boeken ze voortaan in de vakantie moeten lezen, want zelf zouden ze dat nooit doen. Dan heb ik een aantal misschien choquerende vragen voor de makers van die nieuwsbrief: Waarom verwacht u dat ik zo weinig boeken wil lezen in de vakantie? Waarom denkt u dat ik ze nog niet gelezen heb? Waarom vindt u het o.k. te suggereren wat leraren in hun vakantie moeten doen? Waarom?

Het communiceren met de gewone leraren is blijkbaar weer opgehouden. Dat communiceren met gewone leraren was blijkbaar alleen maar nodig om serieus te lijken. In de tussentijd is het weer business as usual: Er wordt weer over leraren gepraat in plaats van met leraren. 

Ik kan bijna niet anders denken dan dat de leraren die in eerste instantie bij de lerarenagenda betrokken werden eigenlijk niks anders zijn dan leraren die misbruikt zijn om meer gewicht te geven aan een project waarbij diezelfde leraren eigenlijk helemaal niet zo gewenst waren. De algemene conclusie na een paar bijeenkomsten zou dus niet moeten zijn zoals in de rapportage naar de 2e kamer staat, maar "we hebben tijdelijk met een aantal leraren gesproken en nu gaan we weer verder als daarvoor".

De lerarenagenda is verworden tot wat bijna alle verbeteringsprojecten voor het onderwijs gemeen hebben: Een van bovenaf opgelegd project waarin de belangrijke posities na een stoelendans onder een selecte groep onderwijspraters ingenomen worden door mensen die niet beperkt worden door onderwijservaring.

Dit is mijn uitspraak en daarmee zult u het moeten doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen