woensdag 6 mei 2015

ICT in het onderwijs

Op heel veel plaatsen zijn scholen bezig met het invoeren van tablets of laptops in het onderwijs. In de vaart der volkeren is het gebruik van ICT momenteel hot in het onderwijs. Maar hoe moet dat dan, ICT in het onderwijs?

Laten we duidelijk zijn, ICT is geen wondermiddel, het is niet het middel om slecht onderwijs te verbeteren, het is niet een lastenverlichting. Goed onderwijs werkt namelijk nog steeds op dezelfde manier. Goed onderwijs gaat uit van een didactisch idee en daarbij kun je voor de uitvoering van dat didactisch idee gebruik gaan maken van verschillende didactische middelen: bord, boek schrift, zelfgemaakt knipmateriaal, YouTube filmpjes, of computerprogramma's.

Het begint dus met didactiek. De docent kiest vervolgens de didactische middelen die gebruikt worden. Voor het lezen van bijvoorbeeld een tekst is een boek een schitterend middel. Voor andere onderwerpen zijn andere middelen beter geschikt. Zo is bijvoorbeeld voor patroonherkenning en periodieke verschijnselen muziek een middel dat te gebruiken is. Op die manier is dus bijvoorbeeld een opname van Prokofievs ballet Romeo en Julia bruikbaar in een wiskundeles. Het is niet ballet dat coûte que coûte in de les gebruikt moet worden, maar het is de docent die op basis van de doelen in een les kiest welke middelen daarbij gebruikt worden.

Maar we hadden het toch over ICT? Ja, en voor ICT geldt precies hetzelfde. Het is de docent die kiest hoe ICT ingezet wordt in de les. Bijna altijd is ICT niet het doel, maar slechts een middel. ICT moet dus gebruikt worden om te leren, maar het doel is niet leren ICT gebruiken. De docent bepaalt hoe ICT gebruikt wordt om de lesdoelen in een les te bereiken. Dit heeft wel als gevolg dat de docent de kennis moet hebben om een afgewogen keuze te maken. En de docent moet analyseren wat bruikbaar is en wat niet bruikbaar is. "Ja, ho eens even", hoor ik u zeggen, "dat kost allemaal tijd." En ja, dat is waar, maar het gebruiken van een nieuw boek, een gebeurtenis uit de media of een stripboek kost ook tijd. In dat opzicht wijkt ICT in het onderwijs niet af van de andere middelen: het kost tijd om voor te bereiden en te gebruiken.

Waarom dan ICT in het onderwijs, want we hebben toch al een heleboel dingen die we kunnen doen? ICT gebruiken gaat niet om de vraag of ICT moet, maar om de vraag hoe een docent verschillende middelen in zijn les inzet om de voor die les gestelde doelen te halen. ICT is dan een van de vele middelen uit het arsenaal van de docent, want het is de docent die de les bepaalt. ICT kan daar een middel bij zijn, maar ICT is niet hét wondermiddel. ICT hoort bij het idee om verschillende didactische middelen bij de lessen in te zetten.

ICT kan leuke en leerzame activiteiten mogelijk maken. Zo is bij wiskunde het computerprogramma geogebra een nuttig hulpmiddel om leerlingen te laten experimenteren met euclidische meetkunde, of om analytische meetkunde (virtueel) tastbaar te maken. Dit werkt voor leerlingen echter alleen als de docent het mogelijk maakt en het gebruik van geogebra, net als het boek, onderdeel laat zijn van de les.

ICT kan ook voor docenten verrassende resultaten opleveren. Ik heb leerlingen van 5 vwo wiskunde A wel eens leren rekenen met de normale verdeling door middel van een 2 uur durend practicum. Leerlingen moesten met verschillende hulpmiddelen opgaven met de normale verdeling maken. De hulpmiddelen die zij hierbij moesten gebruiken waren de grafische rekenmachine, het computerprogramma VU-stat en een tabellenboekje. De meesten vonden de manier met VU-stat het prettigst, omdat ze meteen naast de uitkomsten ook een visuele representatie van het antwoord kregen. Onverwacht voor mij, vond een 3-tal leerlingen juist de manier met het tabellenboekje de prettigste, niet omdat het rekenwerk makkelijker was, maar omdat, zoals zij zelf aangaven, hierdoor een beter overzicht hadden over wat ze deden.

30 jaar geleden was ICT in de auto ondenkbaar.